link
De steen des aanstoots?
8 Juli 2015
Een voetgangster komt ten val als gevolg van een uitstekend kinderkopje en moet in de aansprakelijkheidszaak tegen de wegbeheerder de steen aanwijzen die haar val en letsel had veroorzaakt.
De steen des aanstoots?
Een voetgangster loopt door het historisch centrum van Maastricht. Aldaar zijn de wegen geplaveid met kasseien, de zogenaamde kinderkopjes. De voetgangster blijft met haar schoen haken achter een omhoogstekende kassei en komt lelijk ten val. Ze loopt letsel op aan haar gebit en linkerknie.
 
Het slachtoffer zoekt verhaal op de gemeente Maastricht als wegbeheerder. Om succesvol te zijn in haar verhaal zal ze moeten aantonen dat er sprake is van  een openbare weg met een dermate groot risico op schade dat er sprake is van een gebrekkige weg c.q. gevaarzetting die leidt tot aansprakelijkheid. In het Wilnis-arrest gaf de Hoge Raad aan welke criteria van belang kunnen zijn om tot zo’n conclusie te komen. Relevant zijn onder andere de aard en bestemming van de weg; de functie van de weg; de fysieke toestand van de weg ten tijde van het ongeval.
 
Het slachtoffer laat door een deskundige de toestand van de weg onderzoeken. Deze deskundige concludeert dat de weg een dusdanig ongelijk oppervlak heeft dat de weg een gevaar toestand oproept. Hij baseert zich bij zijn oordeel op hetgeen gesteld is in het Handboek Globale Visuele Inspectie van het CROW. Partijen beroepen zich vaak op de publicaties van het CROW. CROW is een nonprofit kenniscentrum voor infrastructuur, verkeer, vervoer en openbare ruimte. CROW heeft in verschillende publicaties richtlijnen gegeven over veilige wegen. CROW is gezaghebbend maar niet maatgevend want  de richtlijnen van particuliere instanties hebben natuurlijk geen kracht van wet.
 
Zoals bepaald door de Hoge Raad in het Wilnis-arrest kan, voor het aannemen van aansprakelijkheid niet volstaan worden met een onderzoek naar de (onderhouds-) toestand van de weg. Er moet een waardering komen van alle omstandigheden van de concrete casus. De rechtbank Limburg deed dit en wilde niet tot aansprakelijkheid van de gemeente Maastricht concluderen.
 
De rechtbank kwam met een opvallende conclusie. De rechtbank Limburg zadelde de dame op met een bewijsopdracht: zij moest precies aangeven achter welke steen zij was blijven haken. Als ze dat niet kon, kon de rechtbank niet vaststellen of het wegdek voldeed aan de daaraan te stellen eisen.
Het slachtoffer kon de steen natuurlijk niet exact aanwijzen, als gevolg waarvan de rechtbank haar vordering afwees.
 
Terug naar boven